Voorrang voor ambulance, brandweer en politie
Een voertuig met blauw zwaailicht en tweetonige sirene (ambulance, brandweer, politie) is een voorrangsvoertuig en moet je voor laten gaan, boven alle andere regels. Jij maakt ruim baan, maar blijft zelf veilig.
Van links nadert een ambulance met zwaailicht en sirene. Wat doe je?
De regels op een rij
- Zwaailicht én sirene samen betekent: voorrang. Alleen zwaailicht is een waarschuwing, geen voorrang.
- Maak ruim baan, bijvoorbeeld door rechts aan te houden of te stoppen waar het veilig kan.
- Rij niet door rood en breng niemand in gevaar om ruimte te maken.
- Kijk na het voorbijrijden of er een tweede hulpverleningsvoertuig volgt.
Stoppen midden op een kruispunt of plotseling remmen is gevaarlijker dan rustig opzij gaan.
Wat is een voorrangsvoertuig?
Het RVV 1990 omschrijft een voorrangsvoertuig als een motorvoertuig dat de optische en geluidssignalen voert van artikel 29. Dat zijn een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn. Ze zijn bestemd voor politie, brandweer, ambulances en andere aangewezen hulpdiensten die een spoedeisende taak uitvoeren. Zonder die combinatie van licht en geluid is een voertuig geen voorrangsvoertuig.
Artikel 50 is kort: weggebruikers laten bestuurders van een voorrangsvoertuig voorgaan. Het is een plicht voor iedereen op de weg, en het gaat boven rechts gaat voor, boven voorrangsborden en zelfs boven haaientanden.
Geel zwaailicht is iets anders
Een geel of groen zwaailicht staat in artikel 30 en hoort bij voertuigen die werk doen op of langs de weg, zoals een berger, een veegwagen of een gemeentevoertuig. Zo'n voertuig heeft geen voorrang. Op een gelijkwaardig kruispunt gaat dus gewoon verkeer van rechts voor, ook als het voertuig met geel licht rechts van jou staat of juist links. Let op het kleurverschil en op de sirene: blauw met sirene is voorrang, geel is dat nooit.
Wat doe jij als bestuurder?
Hoor of zie je een voorrangsvoertuig naderen, houd dan eerst rustig aan. Check je spiegels, bepaal van waar het voertuig komt en zoek een veilige plek. Op een gewone weg met één rijstrook houd je rechts aan of stop je rechts van de weg. Op een kruispunt rijd je indien mogelijk door naar een vrije plek zodat je geen ruimte blokkeert. Stoppen midden op het kruispunt is meestal slechter.
Op een motor of scooter hoor je minder door je helm. Kijk dus extra in je spiegels en zoek de lichtflitsen op ruiten en gevels. Let ook op een tweede voertuig dat kan volgen.
Wat jij níet mag doen
Het voorrangsvoertuig mag van de regels afwijken voor zover zijn taak dat vereist (artikel 91). Dat recht heeft alleen de bestuurder van dat voertuig, niet jij. Rij dus niet door rood licht om ruimte te maken, rijd niet over een doorgetrokken streep tegen de richting in en breng geen fietser of voetganger in gevaar. Moet je even stilstaan om ruimte te maken, doe dat dan rustig en op een plek waar je niemand hindert of in gevaar brengt.
Voorrangsvoertuigen op een kruispunt met stoplicht
Op een kruispunt met verkeerslichten rijdt een ambulance soms tegen rood, omdat de bestuurder van de regels mag afwijken voor zover zijn taak dat vereist. Jij staat dan misschien op groen, maar je laat het voertuig voorgaan. Zie je een voorrangsvoertuig naderen terwijl je groen hebt, kijk dan eerst of het voertuig stopt of doorrijdt. Rij pas door als je zeker weet dat het voertuig jou gezien heeft en gestopt of voorbijgereden is. Groen licht gaat dus niet boven sirene en zwaailicht.
Waar staat dit in de wet?
- RVV 1990 art. 50
- Weggebruikers laten bestuurders van een voorrangsvoertuig voorgaan.
- RVV 1990 art. 29
- Voorrangsvoertuigen voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn.
- RVV 1990 art. 30
- Geel of groen zwaailicht hoort bij werkvoertuigen en geeft geen voorrang.
- RVV 1990 art. 91
- Bestuurders van een voorrangsvoertuig mogen van het besluit afwijken voor zover hun taak dat vereist.
Veelgestelde vragen
Oefen voorrang tot het vanzelf gaat
Dagelijkse 3D-sessies met directe uitleg. Gratis beginnen, zonder account.
Lees ook
- Kruispunt: wie gaat voor?Op een kruispunt bepaalt eerst een agent of verkeersregelaar wie gaat, dan het verkeerslicht, dan het bord of de haaientanden.
- Militaire colonne en uitvaartstoetEen militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen mag je niet doorsnijden, ook niet als je zelf voorrang hebt.
- VoorrangswegRij je op een voorrangsweg (bord B1, de gele ruit met witte rand), dan heb je op kruispunten voorrang op al het kruisende verkeer, ook als dat van rechts komt.
Andere voorrangssituaties
- Gelijkwaardig kruispuntOp een gelijkwaardig kruispunt (geen borden, geen haaientanden, geen verkeerslichten) gaat verkeer van rechts voor.
- T-splitsingOp een T-splitsing zonder borden of haaientanden gaat verkeer van rechts voor.
- TramOp een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram voorrang op al het andere verkeer, ook als hij van links komt.
- RotondeOp bijna alle rotondes in Nederland heeft het verkeer dat al op de rotonde rijdt voorrang.
- In- en uitrit en erfKom je uit een uitrit (bijvoorbeeld een oprit, parkeerplaats of tankstation), dan verleen je voorrang aan al het verkeer op de weg: van links, van rechts en ook voetgangers op de stoep..
- Y-splitsingEen Y-splitsing is voor het RVV gewoon een kruispunt.
- Onverharde wegBestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg, ook als die van links komen.
- Linksaf slaanSla je linksaf, dan laat je tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat of rechtsaf slaat voorgaan.
- Voetgangers en zebrapadBij een zebrapad laat je voetgangers die oversteken of duidelijk willen oversteken voorgaan.