Theorie3D
Voorrangsregels · in 3D

Voorrangsregels op een kruispunt: gelijkwaardig of met voorrang

Op een kruispunt bepaalt eerst een agent of verkeersregelaar wie gaat, dan het verkeerslicht, dan het bord of de haaientanden. Is er niets van dat alles, dan is het gelijkwaardig en gaat verkeer van rechts voor.

Bekijk de situatie3D, van boven gezien

Geen borden en geen haaientanden. De auto komt van rechts, dus A gaat voor en jij wacht.

Probeer het zelfoefenvraag

Je rijdt op een voorrangsweg. Het verkeerslicht bij het volgende kruispunt staat voor jou op rood. Wat doe je?

De regels op een rij

  • Aanwijzingen van politie of een verkeersregelaar gaan boven alles.
  • Daarna verkeerslichten, daarna borden en haaientanden, en pas als laatste: rechts gaat voor.
  • Een voorrangskruispunt herken je aan het gele voorrangsbord (B1) op jouw weg of aan haaientanden en een bord B6 of B7 bij de zijwegen.
  • Een kruispunt blokkeren mag nooit: rij alleen op als je aan de andere kant ruimte hebt.
Examenvalkuil

Een bord of haaientanden gelden voor jouw weg, niet voor de weg naast je. Kijk dus altijd naar wat er op jouw kant van het kruispunt staat.

Wat telt als kruispunt?

Het RVV 1990 omschrijft een kruispunt in artikel 1 kort als een kruising of splitsing van wegen. Dat is ruimer dan je denkt: ook een T-splitsing en een Y-splitsing zijn kruispunten, en op al die plaatsen gelden dezelfde voorrangsregels. Een rotonde is een aparte weginrichting, maar ook daar volgt je voorrang uit borden en haaientanden.

Gelijkwaardig kruispunt

Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen borden en geen haaientanden, en ook geen verkeerslichten. Er geldt dan één regel: wie van rechts komt, gaat voor (artikel 15 lid 1). Bij drie of vier weggebruikers werk je van rechts naar links. Er zijn twee uitzonderingen: de tram, en verkeer van een onverharde weg dat voorrang verleent aan de verharde weg. Op de pagina over het gelijkwaardige kruispunt staat dit uitgebreid met een oefenvraag.

Kruispunt met voorrang

Op een voorrangskruispunt zet een bord de basisregel opzij. Op de voorrangsweg staat een geel-wit ruitvormig bord (B1) en kruisend verkeer ziet haaientanden op het wegdek, vaak met driehoekig bord B6 ('verleen voorrang'). Bij een stopbord (B7) moet je altijd stoppen bij de stopstreep, ook als er niemand komt, en daarna voorrang verlenen. Borden gaan boven de algemene regel (artikel 63 RVV), dus een bord heeft het laatste woord.

Voor de bestuurder met voorrang is dit makkelijk: je rijdt door. De bestuurder zonder voorrang wacht. Maar let op: voorrang geldt tot het bord 'einde voorrangsweg' (B2). Daarna is het volgende kruispunt weer gelijkwaardig, tenzij daar nieuwe borden staan.

Verkeerslichten en agenten

Staat er een verkeerslicht, dan volg je dat, ook als je op een voorrangsweg rijdt (artikel 64: verkeerslichten gaan boven voorrangsborden). Regelt een agent of verkeersregelaar het verkeer, dan gaat diens aanwijzing weer boven de lichten (artikel 84). Die volgorde is: aanwijzing, verkeerslicht, bord of haaientanden, regel. Leer hem uit je hoofd, want de meeste lastige voorrangsvragen draaien om die ene vraag: wat gaat nu boven wat?

Vijf vragen bij elk kruispunt

  • 1. Regelt een agent of verkeersregelaar het verkeer?
  • 2. Staan er verkeerslichten, en wat zeggen ze voor mijn richting?
  • 3. Staat er een bord (B1, B6, B7) of liggen er haaientanden of een stopstreep op mijn weg?
  • 4. Zo niet: komt er iemand van rechts, en is dat een tram of voertuig met sirene?
  • 5. Kan ik aan de andere kant doorrijden zonder het kruispunt te blokkeren (artikel 14)?

Zo komt het op het examen terug

Voorrangsvragen zijn zelden moeilijk door de regel zelf, maar door de volgorde waarin je ze toepast. Wie meteen naar rechts kijkt, mist de haaientanden op het wegdek. Wie alleen het bord ziet, vergeet het stoplicht erboven. Loop daarom bij elke afbeelding dezelfde lijst af, van boven naar beneden, en stop bij het eerste teken dat de voorrang regelt. De 3D-situatie hierboven laat dezelfde auto op drie manieren voorrang krijgen of verliezen: het voertuig verandert niet, alleen het teken.

Waar staat dit in de wet?

RVV 1990 art. 1
Een kruispunt is een kruising of splitsing van wegen.
RVV 1990 art. 14
Je mag een kruispunt niet blokkeren.
RVV 1990 art. 15 lid 1
Rechts gaat voor, als geen teken iets anders bepaalt.
RVV 1990 art. 63 en 64
Verkeerstekens gaan boven de verkeersregels, verkeerslichten boven voorrangsborden.
RVV 1990 art. 80
Haaientanden betekenen: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
RVV 1990 art. 84
Aanwijzingen van politie en verkeersregelaars gaan boven tekens en regels.

Veelgestelde vragen

Oefen voorrang tot het vanzelf gaat

Dagelijkse 3D-sessies met directe uitleg. Gratis beginnen, zonder account.

Lees ook

Andere voorrangssituaties