Verkeersbord L13: Verkeerstunnel
Aankondiging van een tunnel, met de afstand. Let op de tunnelregels.
Wat betekent dit bord?
Een blauw vierkant bord met een witte rand en een witte tunnelmond. Het kondigt een verkeerstunnel aan en vermeldt de lengte van de tunnel. Het bord waarschuwt niet voor gevaar, maar herinnert je eraan dat in de tunnel andere regels gelden.
De belangrijkste regel: in een tunnel mag je je voertuig niet laten stilstaan. Alleen stoppen omdat het verkeer dat vraagt, bijvoorbeeld in een file, mag.
Waar zie je dit bord?
L13 staat voor de ingang van een tunnel, vaak ruim ervoor, zodat je tijd hebt om je voor te bereiden. In de tunnel zelf staan noodtelefoons, brandblussers en nooduitgangen. Die zijn aangegeven met aparte borden (L16, L17 en L19).
L13 kondigt de tunnel aan. De borden binnen de tunnel gaan over wat je doet als er iets misgaat.
Wat moet je doen?
Doe dit bij een tunnel.
1. Houd afstand tot het voertuig voor je. 2. Blijf niet stilstaan, tenzij het verkeer stilstaat. 3. Staat het verkeer stil in de tunnel, zet dan je alarmlichten aan en luister naar een FM-radiozender voor instructies. 4. Heb je pech, rijd dan zo mogelijk de tunnel uit. Lukt dat niet, stop dan tegen de wand, zet de motor uit, laat de sleutel zitten, stap uit en bel via de noodtelefoon. Steek de weg niet over. 5. Is er brand, keer dan niet, rijd niet achteruit en blijf niet in de tunnel.
De bekende fout is denken dat je in een tunnel even mag stoppen om te bellen of iets te pakken. Dat mag niet. Een tweede fout is bij brand in de tunnel te keren of achteruit te rijden. Dat is gevaarlijk en juist wat je niet moet doen. Een derde fout: L13 verwarren met L1, het bord met de hoogte van een onderdoorgang. Een tunnel heeft een tunnelmond op het bord, L1 een getal in meters. Een vierde fout is aannemen dat je bij pech in de tunnel in je voertuig kunt blijven zitten wachten.
Voor jouw rijbewijs
Scooter en brommer (AM), motor (A) en auto (B): wat dit bord voor jouw voertuig betekent.
Voor alle drie de rijbewijzen geldt het stilstaanverbod in de tunnel. Met een auto (B) en een motor (A) geldt dat voor je hele voertuig. Bij pech volg je dezelfde stappen: tegen de wand, motor uit, sleutel erin, uitstappen en bellen via de noodtelefoon.
Voor AM is er een bijzonderheid. Brommers en snorfietsen mogen niet op een autosnelweg of autoweg, en dus ook niet door tunnels in zulke wegen. Zie je L13 op een gewone weg, dan gelden de regels uit dit bord ook voor jou.
Wat betekent dit bord?
Borden die erbij horen
Meer informatieborden
- C3 EenrichtingswegJe rijdt een eenrichtingsweg in. Al het verkeer rijdt in de richting van de pijl.
- C4 Eenrichtingsweg, pijl opzijEenrichtingsweg met de pijl zijwaarts: het geeft de rijrichting aan op een weg die je kruist of waar je op uitkomt.
- C5 Inrijden toegestaanJe mag de weg inrijden: er is aan deze kant geen verbod, de weg is hier in beide richtingen open.
- L1 Hoogte onderdoorgangAanduiding van de vrije doorrijhoogte van een onderdoorgang, zoals een tunnel of viaduct.
- L2 ZebrapadHier is een zebrapad. Voetgangers die willen oversteken hebben voorrang.
- L3 Bushalte of tramhalteHier is een halte voor bus of tram.
Test of je alle borden kent
Gratis bordentrainer, zonder account. Bord zien, betekenis kiezen, direct uitleg.